Laat ik eens met de deur in huis vallen. Het leek een hele gewone middagpauze te worden met ons dagelijkse wandelingetje door Alkmaar. Het zonnige Alkmaar deze keer, dat mag best genoemd worden. Na een lange periode van negatieve temperaturen waarbij het kwik niet of nauwelijks uit het thermometer-reservoir naar boven stroomde, werd dat ook wel eens tijd. Het was de dag dat ik de tijdloze koning van het tunneltje tegen het lijf liep.

Zo lopen wij iedere dag naar de plaatselijke supermarkt en doen we de route achterwaarts weer terug. Met de neus in de bewegingsrichting overigens, om dat maar eens te nuanceren. Het was een donderdag in maart, gedetailleerder zal het niet worden. In onze vaste route zit een tunneltje onder de ringweg. Toen er licht was aan het eind van de tunnel en de verse zonnestralen op ons netvlies prikkelde, kwam er een man in de verte aanfietsen. Laat ik hem zo goed mogelijk beschrijven.

De mouw der waarheid

Hij droeg een wat vale jas waar zijn armen diep in de mouwen waren weggestopt. Zijn fiets was degelijk met aan beide kanten een fietstas. Aan zijn gelaat viel al heel snel te ontdekken dat de man een lichtelijk geestelijke achterstand belichaamde. Het fietsen viel hem zwaar, aangezien de zweetdruppels als heldere pareltjes in het zonlicht op zijn voorhoofd dansten. Hij minderde vaart om ons met woorden te benaderen.

‘Weten jullie misschien hoe laat het is?’, vroeg hij met enige moeite. Deze situatie had charme, besefte ik toen ik mijn tred staakte. Ik was de beroerdste niet en greep naar mijn telefoon. Ik draag overigens nooit een horloge. ‘Tien over twaalf’, antwoordde ik vrijwel direct. De man leek opgelucht en stroopte zijn linker mouw op. Op zijn ontblootte onderarm kwam een zilverkleurig horloge tevoorschijn. Hij bekeek de wijzerplaat zorgvuldig waarop hij antwoordde: ‘dat klopt’ en vrijwel direct stapte hij weer op zijn fiets.

Hij verstopte zijn horloge weer diep onder zijn mouw en reed verder de tunnel in. Een brede glimlach verscheen direct op mijn gezicht. Zal hij bewust zijn geweest van zijn geniale grap? Ik heb daar zo mijn twijfels over, maar briljant was het zeker. Ik had vooraf de charme goed ingeschat, de charme van deze tijdloze koning.