Het voetbalverhaal van onze rechtse held begon daar, op het modderige gravelveld van de lokale sportvereniging. Het was een beetje mistig en de neerslag van de voorgaande week had diepe bruine kraters gevuld met regenwater. Van die plassen waar je tijdens een duel je hele sportschoen mee vult. Kon je thuis je bruingeslagen broekspijpen vol met stukjes grind te drogen hangen in de garage. Na een dag was je broek zo stijf geworden dat het ingeleverd zou kunnen worden als scriptie bij bouwkunde. Charme lieve mensen, charme. Op een of andere manier zag je moeder daar dan nooit de bekoring van in. Curieus.
Een nieuwe speler met meer kleur dan balgevoel
Vooraf leek het een doodnormale voetbaltraining te worden. Zo’n training uit duizenden waar de vaste mensen te laat komen, dezelfde mensen liepen te rollebollen en iedereen dezelfde harde trainingsbroek van vorige week had aangetrokken. Maar niets bleek minder waar. Dit blijkt achteraf gezien een training te zijn geweest om nooit te vergeten. We kregen een nieuwe speler in het team en vandaag kwam hij zich voorstellen.
Zijn naam was Lucim Salihu, fonetisch Loezim Saliehoe. We noemden hem Fred. Fred was afkomstig uit de bergkammen van Vranovačka Hajla in Kosovo. Niet omdat het zo is, maar puur omdat het tof klinkt. Uit Kosovo kwam hij overigens wel. Zijn vader was volgens hem een begenadigd trainer in zijn vaderland, dus van zoonlief zouden we toch flink wat kunnen verwachten! Onze verwachtingen waren onmiddellijk hooggespannen, ondanks dat 50% van ons nog nooit van Kosovo had gehoord, laat staan het woord ooit in de mond had genomen.
Het trainingspak dat zelfs de jaren ’80 had afgewezen
Fred verscheen op het toneel in een karakteristiek crêpepapieren trainingspak, overheersend paars met knalgele en turquoise vlakken. Ja retro, mijn reet! Zijn outfit maakte hem op het eerste gezicht al een markant sujet. Het was niet de eerste keer dat ons team een nieuw, opvallend lid verwelkomde. Zo hadden we ooit kortstondig het gezelschap van een ranke veldavonturier, die zichtbaar worstelde met het verschil tussen onderhands of bovenhands ingooien. Ook het onderscheid tussen een sliding op de bal of dwars door een enkel leek hem volledig te ontgaan.
Maar Fred was anders. Fred was, zoals hij zelf in volle overtuiging vertelde, een rechtspoot. Nu is dat op zich geen bijzonderheid, wel dat hij er verdomd beroerd mee schoot. De doelen waarop wij trainden waren stalen kubussen zonder touwen. Er was nog net gedacht aan een balk die een lage bal kon pareren, maar iets hoger geplaatste ballen vlogen toch al snel richting de tennisbaan of het zwembad. Ik kan de keren dat Fred de bal binnen het bereik van de kubus heeft weten te plaatsen op één hand tellen. Tot die ene keer, maar daarover later meer (mieterse cliffhanger).
Aanwezigheid is ook een talent
Er viel hem verder weinig te verwijten. Of het nu stormde of dat de regen met containerschepen uit de lucht kwam vallen, Fred was er. Al was de voetbal afgelast, Fred was er. Misschien konden ze thuis het afgelastingenbord niet lezen. Op Fred kon je bouwen. Buiten het veld dan. Ook op de zondag verscheen hij keurig in zijn crêpepapieren trainingspak en lederen voetbaltas ten tonele. De zwarte Weeltjes (klassieke voetbalschoenen met een houten prop in de neus) haalde hij iedere keer weer vol trots tevoorschijn. Dan trok hij zijn modieuze pak uit waar hij zijn tenue al onder aanhad. Om het pak na de wedstrijd weer zonder te douchen aan te trekken.
Ja Fred was me er eentje.
Het onverklaarbare mirakel van de Karpatencoryfee
Verbetering kwam er echter nooit, totdat er iets heel bijzonders gebeurde. Tijdens een training kwam de bal pardoes voor zijn linkerbeen uit. Voor de oplettende lezer, Fred was naar eigen zeggen stijf rechts. Hij besloot het erop te wagen, haalde uit en de bal verliet met een streep zijn met hout gevulde schoen. Het eerste wat de baan van de bal verstoorde was de kruising van de kubus waarna de bal via de onderste balk weer uit het doel stuiterde. Iedereen verstijfde. Zelfs de regen leek te stoppen. Iemand fluisterde iets over een wonder. Niemand wist of we het hadden gedroomd. In de verte klonk het geluid van een albatros.
De verwarring was groot, vooral toen Fred het even later wederom met zijn linkerbeen flikte. "Ben jij niet gewoon links?", vroeg Wuben, de speler die de R niet machtig was. "Nee, nee, nee, Lucim rechts", antwoorde Fred met zijn typische Balkanaccent. Ongeloof was in de kinderoogjes af te lezen. Fred heeft het hierna nooit meer laten zien. Geen wedstrijd of training heeft hij de bal nog met links beroerd. Tot op een dag hij niet meer bij de voetbal verscheen. De man die nog nooit van afgelastingen had gehoord was niet op komen dagen. Hij bleek met stille trom het dorp te hebben verlaten. Niemand weet waarheen en waarom. Als zijn richtingsgevoel net zo goed is als zijn besef van rechts en links zien we hem waarschijnlijk nooit meer terug. Vaarwel Fred, met je paarse crêpepapieren trainingspak.